De methode Sickesz

De grondlegster van Orthomanuele Geneeskunde is mevrouw M. Sickesz, arts. Als huisarts stuurde zij patiënten met rugklachten naar een manueel therapeut. Zij merkte dat de klachten werden verlicht, maar vaak weer terug kwamen. Zij was ervan overtuigd dat er een manier moest zijn om rugklachten blijvend te herstellen.

“Ik moest mijzelf een volledig inzicht verschaffen in het hoe en waarom van de uit balans zijnde wervelkolom, en daarop moest ik een therapie vinden, welke een volledige restitutio ad integrum mogelijk maakte met handgrepen, welke onder alle omstandigheden zonder schade tot dit doel leiden. Ik schafte mij een skelet aan, onttrok al mijn patiënten aan de desbetreffende masseur en toog aan de arbeid.”

Het concept dat zij ontwikkelde ging niet alleen van houding of functie uit, maar keek naar standen van wervels en individuele gewrichten. Zij bekeek hoe een wervel volgens de anatomie kon disloceren, en beschreef deze dislocatie aan de hand van de drie anatomische assen (longitudinaal, sagittaal en transversaal) en de benige skeletdelen die uitsteken (bijv. de bekkenkam). Vanuit een driedimensionale beschrijving van standen en onderlinge posities van wervels destilleerde zij een mogelijke behandeling.

Door verschillende manieren van diagnostiek en behandelen uit te proberen kwam zij tot de methode die het beste werkte. Vervolgens heeft zij vele patiëntenkaarten naast elkaar gelegd, en met elkaar vergeleken, om de methode te evalueren. Het uiteindelijke resultaat van deze ontwikkeling is de Orthomanuele Geneeskunde.